‘Niet zo ongeduldig, evengoed fietst mama ook zo over pakweg 15 jaar,’ spreek ik mijzelf streng toe.
Ik fiets achter een bejaarde mevrouw die met moeite op haar speciale driewieler fiets de Amstel brug op fietst.
Ik rem wat af en mijn ogen glijden over haar broze gedaante.
Haar kleren wapperen om haar dunne, oude benen.
Haar speciale schoenen, die van het soort voor mensen met een handicap, trappen met de weinige kracht die zij heeft langzaam maar zeker de fiets voort.
De ene schoen is stuk aan de achterkant. Zielig, schiet door mijn hoofd.
Eenmaal van de steile brug af fietsend, rem ik nog meer af.
Haar linker arm steekt zij langzaam uit om richting aan te geven.
Dan zie ik dat het linkerwiel van haar driewieler over de stoeprand gaat en in slow motion zie ik haar driewieler traag naar rechts kantelen.
Als in slow motion zie ik het gebeuren.
Zij niet.
Wellicht dat ze daarom niet haar rechterhand uitsteekt om haar val te breken.
Ik gil het keihard uit en er flitst door mijn hoofd dat deze bejaarde mevrouw binnen nu en 2 seconden met een enorme smak op de zijkant van haar hoofd op het asfalt zal vallen.
Mijn hart bonkt in mijn keel wanneer ik haar roerloos zie liggen op straat.
Ik stap af, ren naar haar toe.
Langzaam maar zeker wordt de plas bloed groter rondom haar hoofd. Haar grijze krulletjes kleuren rood.
Samen met toegestroomde mensen praten we tegen haar en gelukkig is ze inmiddels bij kennis.
‘Ze bloedt aan haar hoofd en ze is heel oud. Kom alstublieft snel,’ piep ik tegen de telefoniste van 112.
Met vereende krachten spreken wij allemaal haar geruststellend toe. De ene meneer regelt tissues voor haar hoofdwond. Die andere mevrouw houdt haar hand vast. Weer een ander zet samen met mij haar driewieler op slot. Weer een paar anderen houden de weg vrij.
Ik leg mijn hand op haar magere rug en spreek haar toe zoals ik een kleuter toespreek die een lelijke val heeft gemaakt.
Ik voel de tranen prikken als ik haar gerimpelde hand zie, die bibbert van de schrikt.
Even later arriveren de hulpdiensten.
Iedereen helpt, geeft informatie en is bereid met de mevrouw mee te gaan.
Niet veel later vervolg ik mijn weg.
Het kon ook mijn moeder zijn over 15 jaar.
En ik hoop zo dat ook dan er zoveel lieve, behulpzame en oprechte mensen zijn die zich realiseren dat we op de wereld zijn om elkaar een handje te helpen als dat nodig is.

‘Niet zo ongeduldig, evengoed fietst mama ook zo over pakweg 15 jaar,’ spreek ik mijzelf streng toe.
Ik fiets achter een bejaarde mevrouw die met moeite op haar speciale driewieler fiets de Amstel brug op fietst.
Ik rem wat af en mijn ogen glijden over haar broze gedaante.
Haar kleren wapperen om haar dunne, oude benen.
Haar speciale schoenen, die van het soort voor mensen met een handicap, trappen met de weinige kracht die zij heeft langzaam maar zeker de fiets voort.
De ene schoen is stuk aan de achterkant. Zielig, schiet door mijn hoofd.
Eenmaal van de stijle brug af fietsend, rem ik nog meer af.
Haar linker arm steekt zij langzaam uit om richting aan te geven.
Dan zie ik dat het linkerwiel van haar driewieler over de stoeprand gaat en in slow motion zie ik haar driewieler traag naar rechts kantelen.
Als in slow motion zie ik het gebeuren.
Zij niet.
Wellicht dat ze daarom niet haar rechterhand uitsteekt om haar val te breken.
Ik gil het keihard uit en er flitst door mijn hoofd dat deze bejaarde mevrouw binnen nu en 2 seconden met een enorme smak op de zijkant van haar hoofd op het asfalt zal vallen.
Mijn hart bonkt in mijn keel wanneer ik haar roerloos zie liggen op straat.
Ik stap af, ren naar haar toe.
Langzaam maar zeker wordt de plas bloed groter rondom haar hoofd. Haar grijze krulletjes kleuren rood.
Samen met toegestroomde mensen praten we tegen haar en gelukkig is ze inmiddels bij kennis.
‘Ze bloedt aan haar hoofd en ze is heel oud. Kom alstublieft snel,’ piep ik tegen de telefoniste van 112.
Met vereende krachten spreken wij allemaal haar geruststellend toe. De ene meneer regelt tissues voor haar hoofdwond. Die andere mevrouw houdt haar hand vast. Weer een ander zet samen met mij haar driewieler op slot. Weer een paar anderen houden de weg vrij.
Ik leg mijn hand op haar magere rug en spreek haar toe zoals ik een kleuter toespreek die een lelijke val heeft gemaakt.
Ik voel de tranen prikken als ik haar gerimpelde hand zie, die bibbert van de schrikt.
Even later arriveren de hulpdiensten.
Iedereen helpt, geeft informatie en is bereid met de mevrouw mee te gaan.
Niet veel later vervolg ik mijn weg.
Het kon ook mijn moeder zijn over 15 jaar.
En ik hoop zo dat ook dan er zoveel lieve, behulpzame en oprechte mensen zijn die zich realiseren dat we op de wereld zijn om elkaar een handje te helpen als dat nodig is.





Brok in mijn keel…