‘Wedden dat ik gelijk heb?’
De manier waarop hij zijn schouders en tegelijk zijn borstelige wenkbrauwen ophaalde, daarbij zorgvuldig zijn mond spottend samentrok, zei meer dan duizend woorden.
Het weerhield mij, zoals elke gezonde 15 jarige puber, geen seconde om mijn absolute waarheid te verkondigen.
Daarvoor was ik bovendien, in tegenstelling tot vele anderen, te gewend aan zijn scherpe tong en snijdende sarcasme: als zijn dochter had hij inmiddels een geduchte tegenstander bij elke vorm van discussie.
‘Ok, ik weet een goeie: als er wel iets is, en natuurlijk is dat er wel want ik weet zeker dat ik gelijk heb, dan moet je het mij laten weten.’
Papa pakte zijn krant en maakte aanstalten op zijn vaste plek op de bank neer te ploffen. Met een brede grijns en uitdagende blik bleef ik hem aankijken na mijn voorstel.
‘Ja hoor,’ zei papa en bukte om zijn leeslamp naast de bank aan te knippen, ’ik kom dan wel op bezoek.’
‘Ok dan,’ lachte ik, maar mijn lach verstomde toen zijn woorden tot mij doordrongen: ‘Nee! Niet komen spoken! Dat vind ik niet leuk. Je komt niet als geest, hoor!’
Papa was al verdiept in zijn krantje en leek mij nog nauwelijks te horen. ‘Paaaapaaaa, niet spoken!’ zeurde ik door.
‘Hmz,’ bromde hij afwezig.
Na een korte stilte waarin ik diep na had gedacht, wist ik het: ‘Als vogel, papa. Kom dan maar als vogel, ofzo. Dat vind ik niet eng. Goed?’
‘Ja hoor, ik kom als vogel. Kak ik je hele balkon onder, haha! Mag ik nu mijn krant lezen?’
‘Maar voorlopig moet je nog niet dood gaan, hoor…’, merkte ik nog zacht op, nadat het tot mij doordrong hoe mijn wereld in zou storten als ik mijn dwarse, irritante vader niet meer zou hebben.
Over zijn bril keek hij mij even aan. ‘Daar moet je ook niet denken. En ik ben niet van plan binnenkort dood te gaan.’
Het was de nacht van 7 april 2006.
Ik durfde niet te gaan slapen uit angst constant het beeld voor mij te zien opdoemen van papa.
Papa, die geheel tegen onze afspraak in, toch dood was gegaan.
Vooruit, ik was inmiddels 34 jaar, maar toch.
Ik leerde die nacht dat het geen reet uitmaakt hoe oud je bent.
Je bent en blijft altijd een kind van je ouders, ongeacht je leeftijd.
Ik voelde me als volwassen vrouw weer 4 jaar oud. Dezelfde paniek wanneer je een van je ouders kwijt bent in de hysterisch drukke Bijenkorf.
Pas nadat Echtgenoot mij had bezworen naast mij wakker te blijven tot ik echt sliep, durfde ik om mijn ogen te sluiten om te gaan slapen.
Midden in de koude nacht, om twee minuten over drie, werd ik wakker.
Nog voor ik het wist, had het immense verdriet, wat als een steen op mijn borst drukte het al vertelt: papa is dood.
Stilletjes lag ik in het donker op mijn rug in bed.
De warme tranen prikten in mijn ogen.
Een traan baande zich vanuit mijn oog een kriebelende weg over mijn wang naar mijn oor, om met een zacht tikje te landen op mijn hoofdkussen. En in de nachtelijke, doodse stilte, hoorde ik het ineens luid en duidelijk: het gezang van een Merel.
Een van papa’s favoriete geluiden, omdat het voor hem symbool stond voor de lente.
Ik lachte door mijn tranen heen en herinnerde mij onmiddellijk ons luchtige gesprekje van 19 jaar geleden.
Ik bleef luisteren en voelde me nog steeds 4 jaar oud.
Alleen nu met de kinderlijke blijdschap dat ik mijn vader toch niet kwijt was geraakt.
Niet echt, tenminste.
Het geluid van een Merel, maar dus eigenlijk gewoon mijn vader ![]()




