De enge man in de bosjes

Jason D., helaas ben ik zijn volledige achternaam vergeten, was toentertijd 19 jaar.
Zachtaardig werd hij genoemd, want een collega betitelen als ‘zacht ei’ of ‘sukkel’ was ook toen al niet verantwoord in de pedagogische sector.
Onaardig was hij zeker niet, al kreeg ik soms wel de neiging om hem een Surinaamse peper in zijn reet te steken.

Het tehuis waar ik met hem samenwerkte, bood onderdak aan zielige kinderen van 0 tot 14 jaar. Een goede, warme plek met een prachtteam.
Ook toen, 19 jaar geleden, waren alle kinderplekken altijd bezet.
Vaak was het Jason die aanbood om de wekelijkse teamvergadering waar alle medewerkers aanwezig moesten zijn, niet bij te wonen: aardig als hij nu eenmaal was, offerde hij zich altijd wel weer op om standby te zijn voor het geval een van de kindjes ziek, zwak, misselijk was of geplaagd werd door een nare droom.
Jason was op die momenten nooit alleen in het opvanghuis. Het team zat in hetzelfde huis, een kamer verderop te vergaderen met pakweg 20 personen waarvan regelmatig iemand de vergadering verliet om te checken bij Jason of alles goed verliep met de kinderen.
We hadden een leuk team: gezellig, hecht. Een groep mensen die echt op elkaar konden vertrouwen.
Dat was dan ook hard nodig, want zowel de kinderen als hun vaak vreselijke achtergronden maakten het werk niet makkelijk.
Ook nu vraag ik mij nog weleens af, hoe het met de drugsverslaafd geboren, toen 3 jarige Solange zal zijn.
Of met Remy, die eigenlijk dood wilde, als hij tenminste niet een van ons wilde dood maken zoals hij vaak gedetailleerd illustreerde in zijn tekeningen. Remy was meerdere malen getuige geweest hoe zijn moeder bijna werd vermoord door zijn vader.
Of met de broertjes Ahmed en Tarik. Nooit zal ik dat moment vergeten, waarop ik de 2 jarige Ahmed, net bij ons binnengebracht door jeugdzorg, zijn luier verschoonde. Ik kon de vreemde vorm van een litteken op zijn kleine onderbeentje niet plaatsen.
‘Auw,’ zei Ahmed lachend en legde zijn mollige vingertje op de plek. En ineens wist ik het: de vreemde driehoek, met 3 rondjes daarin, was een afdruk van de punt van een strijkbout.
Ahmed en Tarik waren lastig. Vooral de vierjarige Tarik leek het op mij te hebben gemunt.
Het werd een vast ritueel: vlak voor de lunch zocht hij met mij de confrontatie op. Hij ging maar door, dreef mij tot het uiterste en fokte zich dan net zolang op tot hij zelf een driftaanval kreeg.
Vervolgens probeerde hij mij dan te slaan of schoppen waarop ik hem als een stokbrood onder mijn arm optilde, mee nam naar de speelkamer en hem zijn woede af liet koelen op de toch al half vergane bank.
Ik zie hem nog doldriest van woede tegen de bank rand schoppen met het zweet op zijn voorhoofdje, tot het moment waarop hij mij met betraande ogen aankeek. Dat was allemaal een onderdeel van onze stilzwijgende afspraak en die blik was zijn seintje naar mij dat ik hem op moest pakken, vast moest houden, zijn tranen weg moest vegen tot ze op waren, hij weer rustig werd en zijn duim in zijn mond stak en ik zacht in zijn oor neuriede. Na een minuut of vijf stonden we dan op, stak hij zijn handje in de mijne waarna hij opgewekt samen met mij naar de eettafel liep om rustig zijn broodje te gaan eten.

Ik heb met honderden Ahmeds, Tariks, Solanges en Remys te maken gehad. Hoe misselijkmakend, walgelijk, treurig hun verhalen en hun ouders ook vaak waren: ik kon het handelen.
Mijn systeem crashte echter op een dag compleet. Mijn werk, ons team: het was kapot en zou nooit meer worden zoals het ooit was.
‘Dit kan toch niet waar zijn?’ fluisterde mijn collega met angst in haar ogen.
Dat kon het wel.

Jason misbruikte minimaal 4 kinderen in het huis, een plek waar zij zich voor het eerst veilig waanden in hun korte, fucked up levens. Althans, 4 waarvan wij wisten.
Jason werkte behalve in het tehuis, ook voor de oppascentrale.
Jason werkte in de zomervakanties in zomerkampen.
Jason had zich ingeschreven voor een pedagogische opleiding.

Er werd geen foto getoond op tv.
Er werd niets gepubliceerd op internet: internet bestond toen nog nauwelijks.
Er werden geen brieven verzonden naar ouders of de andere organisaties waar Jason werkte.

De rechter veroordeelde Jason tot 120 uur werkstraf, omdat hij ‘nooit eerder de fout was in gegaan’ ondanks het feit dat de rechter ‘ernstig misbruik’ achtte bewezen.
Voor de twee jongste slachtoffertjes, een zusje en een broertje van 1 ½ jaar en 2 jaar oud, was geen bewijs. Die konden immers niet zo goed vertellen wat zich had plaatsgevonden, in tegenstelling tot de twee slachtoffers van 10 en 12 jaar.
Jason werd afgewezen voor de opleiding, nadat enkele medestudenten en ik naar de directie stapten en bezworen de school vol te hangen met pamfletten over zijn daden indien hij zou worden aangenomen, want ook na zijn veroordeling wilde hij de opleiding alsnog gaan volgen.

Jason is nu 37 jaar en zal ongetwijfeld zijn duistere verleden goed verborgen houden.
Jason is zonder twijfel nog steeds ziek, zo niet zieker dan 19 jaar geleden.
Jason is een vrij man.
Jason is de enge man in de bosjes.

Maar de enge man zit zelden in de bosjes.
Hij doet leuke spelletjes tijdens het zomerkamp, geeft les op school, verzet bergen werk als jongerenwerker, is zo heerlijk flexibel als oppas of zit thuis bij jou op de bank, met jouw kind op schoot.
Want de enge man is bijna altijd die lieve, zachtaardige buurjongen, oom, neef, broer, schoolmeester, jeugdwerker, die altijd zo ontzettend leuk en bijzonder met kinderen is en zo goed met ze op kan schieten.
[facebook_ilike]

Dit bericht is geplaatst in Ouders & opvoeding, OverLeven. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>