Bloedend hart

‘…en nog steeds juf, nog steeds pak ik soms per ongeluk vier bekers voor het avond eten. Ik zou mijn been er af willen halen als… als papa… als hij maar weer terug zou kunnen…’
De eerste woorden gingen hem al moeizaam af.
Zijn laatste woorden worden gesmoord in een geluid dat vanuit het diepst van zijn puber hart en ziel komt.
Het is nauwelijks huilen, het is een uiting van een ongekende zielenpijn, een intense, snijdende pijn van een kind dat zo hard knokt om zich staande te houden, maar niet nog langer de brandende pijn kan verstoppen.
Ik slik en bedwing mijn eigen tranen.
Ik hoor niet te huilen. Maar zijn pijn is mijn pijn.
Omdat ik een enorme zwak voor hem heb.
Omdat ik te goed weet hoe hij zich voelt.
Fuck it.
Mijn ogen vullen zich met tranen.
‘Mijn zus en ik brachten eten voor mijn vader toen hij zo ziek werd. Ik heb na zijn dood een paar keer gehad dat ik automatisch een bakje en opscheplepel uit de kast pakte en al eten voor hem uit wilde scheppen. Maar…het hoefde niet meer.’
Vlug kijkt hij mij aan. Hij knikt instemmend na mijn woorden.
‘Blijft het zo’n pijn doen, juf?’
‘Ja en nee. De scherpe randjes gaan er af. Tijd heelt niet alle wonden. Maar je kan er wel een litteken van maken. Soms trekt dat litteken, soms is het wat gevoelig. Dat is niet erg, want het heeft ook wel wat moois. Het is jouw litteken. Een litteken dat voor iemand staat die je nooit wil, maar ook niet kan vergeten.’
Hij slaakt een diepe zucht en kijkt mij somber aan: ‘Ik ben het ook niet gewend, dood gaan enzo. Ik heb er geen ervaring mee. Misschien had het dan iets minder pijn gedaan.’
Ik glimlach. ‘Nee. Want je hebt maar één vader en maar één moeder. Die pijn, is met niets te vergelijken. Je kunt dit nooit oefenen.’
‘Ik kan niet zo goed huilen.’
‘Dat weet ik. Maar hier mag je altijd huilen.’
Hij lijkt bijna te stikken in zijn tranen.
Het liefst zou ik hem vasthouden, over zijn door de gel keiharde haren strijken en hem beloven dat het ooit beter wordt.
Tegelijk weet ik dat hier, tegenover mij, een jongen zit die voor zijn gevoel al het diepste van zijn ziel bloot geeft terwijl hij dat als ‘bijna man’ niet meer hoort te doen. En een juf, hoe lief en vertrouwd hij haar ook vindt, die hem troost als de kleuter die hij zich nu voelt, kan zijn systeem er niet ook nog bij hebben.
Ik beperk het tot een hand op zijn onderarm en het aanreiken van een tissue die hij even later stilletjes in talloze stukjes pluist.
‘Ze zeggen, hè… Ze zeggen dat je eigenlijk niet eens mag huilen na de dood van iemand.’
Ik kijk hem diep in zijn droevige ogen aan als ik antwoord: ‘Ik weet het. Daarmee zou je de wil van God in twijfel trekken. Maar weet je, God snapt het best als jij moet huilen. God kent jouw pijn. God vindt het helemaal niet erg als je even moet huilen. God heeft tenslotte ook onze tranen uitgevonden, net als onze lach. Niet dan?’
Hij kijkt mij aan en knikt zachtjes.

Een paar uur later kom ik hem tegen met zijn vrienden. Hij is een toffe. Een stoere. Geen ‘mietje’ en geen meeloper. Ik zie hem wauwelend met zijn maten door de gang lopen, uiteraard duwend, sjorrend en trekkend aan elkaar en hun tassen.
In de drukte vang ik zijn korte, maar indringende blik naar mij, die ik beantwoord met een knipoog en een glimlach.
Hij lacht terug en vervolgt dan zijn weg.

Zijn tranen, ons geheim. En die van God.

[facebook_ilike]

Dit bericht is geplaatst in Ouders & opvoeding, OverLeven, Straatrumoer en getagd , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>